is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uit in de Schillerstraat. Onbestemd en wat moe denkt hij aan allerlei dingen: Bos — Weigel — de gelukkige Kerlings — Crijna op de club . . . werk voor de krant: het opmaken, zijn artikel: Wereldpolitiek . . . „De boel raakt al-door meer in de knoop — de groote mogendheden en de kleine levens — wij — ik . . ." Als hij zijn oogen opslaat ziet hij dat er nog iemand loopt, een eind voor hem uit op het Staalborchplein: het is een man, die man beweegt zich als een haas, loopt snel en een beetje wipperig, draagt wat grijzigs, een lange jas, blijft staan, kijkt in alle richtingen rond, kijkt lang achter zich en loopt weer snel door. Aan zijn deinerige gang, het slingeren van zijn armen en zijn lange grijze jas herkent Taco hem. Het is Dasselaar uit het pelterijenmagazijn. Hij loopt met een boog om een lantaarn heen, schiet schichtig het portiek van het grijze portlandhuis in, en verdwijnt . . . „Dasselaar!", denkt Taco, „komt dié daar?" Zijn stappen maken een hard geluid in de steeg, hij let er nauwelijks op. „Weigel — Bos — Dasselaar, een avond van ontdekkingen . . In de Schillerstraat kijkt hij weer op. En hij ziet al uit de verte dat het raam van Anne-Cris haar kamer helder verlicht is. Hij komt naderbij en kijkt aanhoudend naar dat witte raam, hij is al vlak bij zijn huis en dan stoot hij een raar heesch gegrom uit. Hij gromt als een hond. Over de crème zijden schuif-gordijnen van Anne-Cris haar kamer glijden twee lange dunne schaduwen. Hij staat er stil naar te kijken. Opnieuw ijlt zoo'n schaduw langs het raam: magere als uitgerekte armen, dunne naakte ledematen, lange ranke beenen ... Na een poos kijkt Taco ook naar de overkant van de straat. Maar bij