is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitzag. Gelrip de nieuwe notaris uit Vroonshoven komt, een man met wijn-blossen en een antiek lorgnet. Ze spreken over de speciale notaris-tarieven in „De drie Meren." Bos duikt ook nog op. „Is er copij voor de fuljeton om in het voren te zetten?" Die copie is er! En dan heeft Bos het ook weer 's over die inschrijving op de reclamekalenders van „De Talisman". „Zou mooi wezen", zegt Bos, „als we dat kregen — met die lange leverings-termijn, temet een jaar. En het werk dat gaat zoo tusschen de bedrijven door, op alle leege oogenblikken en slappe middagen en als de krant klaar is. De jongens kennen de verzendkartonnen zelf snijen, voor de klenders-zelf èn voor de enveloppen: de kartonnen achterwand." Taco knikt. Nu en dan hoort hij Bos wel. Soms kijkt hij verwonderd op — daar staat Bos nog, hij hoort hem weer, hij ziet hem: een wrongel plooien die glimlacht. „We hebben een mooie kans, we zijn laag, we kennen ook laag wezen, alles zoo zuinig mogelijk — je papier tegen inkoopsprijs, je plaksel, arbeidsloon zit er niet in — niét extra, je heb je eigen snijmachine." In die tijd dat Bos daar staat te praten, heeft Taco — Savrij half verwurgd . . . Nu zit hij hier weer, ja, hij zit hier nog altijd! En daar is Bos. Maar het wordt toch wat langdradig dat verhaal. „Wat is er met Bos, dat hij zoo miezerig kijkt?, wat wil die man?" Hij loopt nog even met Bos de gang op. Vreemd is dat — dat doet hij anders nooit . . . Bos praat nog altijd over die kalenders, hij loopt dicht bij hem, hij is maar klein naast hem, een klein uitgedroogd mannetje met een hoop rimpels. Taco blijft ineens staan. „Zeg Bos, nee — nou moet je niet direct zoo'n opgeruimd gezicht trekken, dat meen je