is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loenscht er tersluiks naar. „Dié maakt er een afzonderlijk relaas van, onder een afzonderlijk hoofdje — voor de sensatie." Kan hij zelf niet doen — dat moet hij eerst aan Krabbeel vragen. Hij luistert toe ... De besprekingen worden bezadigder voortgezet . . . Ineens voelt Taco zijn moeheid weer, hij begint ook weer aan thuis te denken, hij heeft ook weer het gevoel dat hem wat bedreigt. „Wat dan toch?, waarom?, wat is er dan? Crijna?, het — deelen?, je liegt het toch immers zóo van de baan? Anne-Cris — Cobie?, Weigel . . .? Wat kan je nog gebeuren, dat je niet voorzien hebt . . .? Och vervloekt, al heb ik het honderd maal voorzien, het blijft toch . . . het is toch immers niet te harden als — het gebeurt . . . een of ander . . Hij gluurt weer naar de klok. Hij moet piep-geluiden maken met zijn schoenen en nerveus met zijn potlood op zijn bloc tikken . . . Muntelaar kijkt gehinderd naar hem om. Hij merkt het niet. Hij zucht van verlichting: de rondvraag komt aan de orde. ,,Ik moet het verslag dadelijk maar uitwerken", bepaalt hij, „op het Bureau of — thuis." Hij aarzelt even. „Thuis?", hij hoort de geluidjes al boven het plafond van zijn kamer, „nee, op het Bureau toch maar."

Als hij zijn jas aantrekt in de hal, staat Krabbeel achter hem. „Solwerda, ik verwacht dat je die beduvelde Yickers er kolossaal van langs geeft in je verslag. Nu kun je aantoonen dat onze courant geen hand- en spandiensten aan de rooien wil bewijzen." Hij loopt mee naar buiten. „Ga ook niet te ver met je bijval voor het nieuwe in die Nieuwe-Geluiden-serie voor „De drie Meren": het begint anders min of meer op N.S.B.-pro-