is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oogen langs hem heen. Ze is daar, hij voelt haar heete naakte huid — ze is niet bij hem . . . Dat alles is zoo bekend — zoo bekend die pijn daarna ook, en dat hij dan wakker ligt en al wat hij dan denkt . . .

Nonchalant kleedt hij zich aan in de ochtend. En zijn werk op het Bureau doet hij achteloozer. Hij wordt vergeetachtig en maakt grapjes over zijn hooge leeftijd! Hij duldt juffrouw Bos als ze koffie brengt en zoo verschrikkelijk glimlacht, hij verdraagt zonder meer de havelooze Kaatin aan zijn vensterkozijn, en de eigengereide Bupke achter zich in het kantoor en ook de laatdunkende Onno Krabbeel . . . Krabbeel zegt: „Ik was misschien wat te strak, die avond na de raadszitting. Maar het is van jou unfair om nu ineens het raadsverslag te bekorten. Dat moet uit wezen. Als ik daar in mijn kwaliteit van Wethouder de dingen ten algemeene nutte zeg, dan wil ik ook dat dat alles opgenomen wordt. Hou daar rekening mee in het vervolg. En met Vickers was je te mak. Waarom nu zoete broodjes te bakken met zoo'n idioot?, een kerel die het nooit met mij eens is?" Taco laat het passeeren. „Dat portlandhuis nou . . .?" Afwerend steekt Krabbeel zijn beide handen op. „Daar wil ik geen woord meer over hooren, geen woord meer . . . daar praten we niet meer over, dat is uit . . . En drink nu een glas wijn bij me, thuis." Het is meer een bevel dan een uitnoodiging. Taco gaat toch maar mee. En ze drinken samen een flesch wijn leeg, Onno Krabbeel en hij, maar vriendschappelijk worden ze niet met elkaar, er blijft iets zitten, een wrok, iets wrangs, een stille argwaan. „Was dat niet altijd zoo?" Tijd om er over na te denken heeft Taco niet. Want