is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ander. Enkelen hebben gebiljart, een paar komen van een vergadering, een is er nog ontsnapt aan de aandacht van zijn vrouw. Taco grinnikt verlucht, bij het roezemoezig gepraat, het voetengeschuifel, de harde cafélach. „Ha, toch gezelschap!" Maar het doet hem onaangenaam aan dat Wedzieg ook binnenkomt. „Die loopt aanstonds met me op. Ik moest hier voorloopig maar niet meer komen." Hij neemt nóg een borrel: Wedzieg let er op. Taco drinkt die borrel in éen teug uit: Wedzieg ziet het. Taco wenkt de Ober met het leege glas. „Nog een straffe!" Hij denkt: „Zit die Wedzieg hier om mij te controleeren?" Maar dat tintelende in hem verloomt toch ook weer. En de tinnen wand-borden lijken dikker te worden. En de nikkelen stang van de leeslamp voor hem krimpt in en zet uit. „Dat is zoo, als je er star naar kijkt."

Nu zitten de heeren weer rond de leestafel of ze nooit weggeweest zijn. Taco tuurt scherp naar ze, hij ziet ze toch niet goed genoeg, een ronde boerenkop: Wedzieg, een smal geitenhoofdje: notaris Kerlings, een bijtgezicht: Dasselaar, een skelet met oogen en lippen: Godlief Vickers, enkel iets bleeks, dat ernstig kijkt: Look, alleen maar iets roods dat lacht: Marees . . . Taco moet drié maal de kring rond kijken, eer hij met zekerheid weet, dat Krabbeel er niet is. Dasselaar schuift dicht naar hem toe. „Je moet in je Nieuwegeluiden-serie ook 's iets zeggen tegen de Joden. Het is krankzinnig dat er nog zooveel bij die Nathan Doch en die Levie Kiedeleinos gekocht wordt. En dat er nog zooveel menschen zijn, die het Handelsblad lezen — pro Joodsch van top tot teen. Ze weten zich overal in te