is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gelach. Opmerkingen. „Heel veel madeliefjes?", vraagt Anne-Cris. Uitbundig geschater. „Staan daar dan nog madeliefjes?", mompelt Imkje, „in deze tijd?" Een stem: „Ga jij er ook 's heen?" Opnieuw geschater. Annette snerpt: „. . . moeten we niet om lachen. Dat vind ik ongepast. Je bedoelt natuurlijk iets . . ." Gekletter. Er breekt iets. Gestommel. Een stem: „Dat hindert niet! Komt er niet op aan!" Een andere stem: „Waarom moet men altijd iets bedoelen?" Annette's critiek snijdt er door heen: „Zij — als domineesvrouw — zij moest zich toch meer in acht nemen? Ik weet dat ze nagegaan wordt." „Wie zag dat van die bloempjes?", vraagt Anne-Cris. Een piep-lach. Gehoest. Taco trapt haast een schoenendoos omver in de vloerkast. „Ze pest Annette." Hij zweet. Annette praat wat luider, Annette praat of ze vernietigend kijkt. „Dat van die bloempjes zag ik, Anne-Cris, en ik heb nog heel wat meer gezien — bij anderen, en louter bij toeval. Daar praat ik nu niet over. Maar die twee Artzeniussen, dat zijn — allebei vreemde — vréemde menschen. Weet u, dat hij een kruis in de kerk wil?, een kruis, nu vraag ik u — is het geen schande?" „Een kruis?", weerlegt Ilse, „waarom?, een kruis, dat is toch de kern van het Christelijk geloof?, het kruis van Christus." Stilte. Gemompel. Een stem: „Wie praat over — zoo iets?" Imkje zegt: „Is dat niet wat men „fijn" noemt?" Gesmoes. Annette schimpt fel: „Het is roomsch! Róomsch is het. En dan die liturgie: opstaan — zitten gaan, opstaan — zitten gaan. En zingend antwoorden! Ik doe niet mee. Nee. Ik blijf zitten. Ja. Ik hou mijn mond. Ja. En dan die open-schaalcollecte . . . En hij leert de