is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ja, dat vind ik verschrikkelijk. Wat dacht je dan van mij, Mien Wedzieg?" Yokeltje huilt haast. „Het is toch heusch waar, wat ik daar straks vertelde — een kennisje van mij. Denk jullie nou dat — dat — dat . . Geroezemoes. Annette zegt scherp: „Ik vind ook dat dat nu toch geen manier van doen is. Ik vind . . ." Mien zet haar stem nog wat meer uit. „Ik heb over mijzelf gesproken zoo pas — en niet over anderen, ik praat niet meer over anderen. En nu we het toch over Oxford hebben, wou ik meteen nog even voorstellen om — vóór we die houseparty te Vroonshoven bijwonen, een onderlinge samenkomst te beleggen bij een van ons: een vrouwen-avond, als inleiding op dat week-end. Het kan bij mij aan huis gebeuren en ook bij Crijna. Crijna woont nog al ver-af en dat is dan misschien juist goed. Zoo'n wandeling twee aan twee over een donker pad, kan ook zijn nut hebben. Een paar van ons zullen spreken, misschien anderen ook — dat wachten we af." „Beteekent dat", vraagt Anne-Cris, „dat jullie dan alles van je leven zegt — van je visite — en zoo, Crijna?" Het is doodstil aan de andere kant van de wand: het is daar nog niet éen keer zóo stil geweest. Taco krijgt een zwaar gevoel in zijn gezicht. En hij zweet nog erger. „Ik zal binnenkort deelen", zegt Crijna rustig, „met een — die alles van mij weten moet, wie dat wezen zal, weet ik niet, daar zal ik wel leiding voor krijgen. En op die avond wil ik jullie zeggen wat Oxford voor me is." Rumoer. Stemmen die door elkaar heen praten: „Ga jij ook? Ik, als ik van mijn man mag! Cato Meertens, jij doet je mond niet open! Wat ben jij van plan? Houen we dan ook stille tijd? Moet ik een Bijbel meenemen?" Anne-