is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Cris en Crijna praten samen zacht door. Een enkele maal, als het praat-rumoer een oogenblik luwt, zijn hun stemmen te hooren: een vraag — een gedeelte van een antwoord — dan bedelft een stortvloed van geluiden dat twee-gesprek weer . . . Taco geeft het dan maar op, het af-luisteren heeft dan opeens geen zin meer. Hij hangt een of ander kleedingstuk dat aan zijn voeten ligt, op een leege kasthaak, en sluit wat onhandig de kamerdeur open, stommelt hier en daar tegen aan en gaat naar beneden. „Zie je wel?", denkt hij — meer niet. Hij zit ergens in de eetkamer en de jongens kijken schuw naar hem — uit de verte. Ze gluren later nog 's naar binnen, en gaan stil de open deur voorbij. „Wat is er?", denkt Taco. En dat vergeet hij. Catrientje Helmieg dekt voor zes personen. Er komen ook bloemen op tafel, kleine witte orchideeën. „Wie hebben we?", vraagt hij, „en wat?" Catrientje legt met afgekeken precieuze gebaartjes de zilveren messenleggers naast de borden. „Mijnheer Weigel en Juffrouw Cobie", zegt Catrientje, „bus-asperges, nierbroodjes, haas, appelmoes, roompudding en fruit. Allemaal dingen die mijnheer Weigel graag lust. De haas is ook van mijnheer Weigel en de wijn . . „Dat vroeg ik je niet", weert Taco. En Catrientje glipt weg als een schaduw.

Hij zit daar lang — weet zelf niet hoe lang. Hij wil zich intens ergens in verdiepen — hij heeft maar vage gedachten. Die vragende klaaglijke pijn is er ook. „Net of Anne-Cris niet altijd gedaan heeft wat ze wou . . .", zegt hij in stilte. Dan is het weer of hij zichzelf verdedigen moet ergens tegen . . . Soms kijkt hij ook wel om zich heen. En alles is maar ijl en onwezenlijk. Er staan