is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET liedje van de torenklokken gaat wankel door de nacht. En de stappen van de onbekende man, die door de Prinsenstraat loopt, klinken luid en hol. Kaatin zou dat kunnen zijn. Er is wat spookachtigs aan die stappen, vooral in de verte — wat fladderends. Taco kijkt er vluchtig van op, neemt een teug van zijn borrel en kijkt wat afwezig rond in het Bureau. „Die samenkomst van de debatingclub bij Crijna . . denkt hij, en hij vergeet weer waar hij mee bezig is. „Dat ding van Grensted", valt hem in. En hij kijkt net zoo lang rond, tot hij het ontdekt: het ligt op de hoogste kast die hij heeft. Hij wil het halen en bedenkt zich toch nog. „Ben je gek!, stil laten liggen! Met zijn linkerhand omvat hij stevig zijn voorhoofd, zijn eene elleboog steunt vinnig op de rand van de tafel, hij buigt zich wat meer voorover en schrijft door. Hij werkt aan het laatste week-overzicht van negentienhonderd-vijf-en-dertig: Kerstboodschappen van Boosevelt, de paus en de negus. De diplomatieke betrekkingen tusschen Uruguay en Sovjet-Busland verbroken. Vredesvoorwaarden van de negus. Bas Seyoem herovert Abbi-Addi. Makallé omsingeld. Oproep aan de kerken van Europa om vrede en vriendschap . . . „En zonder commentaar", zegt de gedelegeerde commissaris Onno Krabbeel in zijn gedachten. Hij grijnst ernstig. De heeren van de leestafel maken nu ook weer hun op- en aanmerkingen. Hij grijnst opnieuw. Een vermoeide grijns is dat. Hij betast meteen de rimpels in zijn voorhoofd : vochtige rimpels. „Straks moet ik toch naar huis , hij fronst ergens tegen, fronst tegen de nacht de slaapkamer, zijn bed, het wakker-liggen. Maar hij kan dat