is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Te middernacht staan ze onder de groote hall-klok in het breede voorstuk van de gang en luisteren naar de langzame zware plechtige uurslagen: het oude jaar sterft, een seconde is het stil, het nieuwe jaar is geboren. Taco kust Anne-Cris op haar mond. „Dat het goed worden mag", mompelt hij en hij kijkt zoo gespannen. Het is of ze haar hoofd toestemmend beweegt — misschien knikt ze. Weigel is nog rooder. Cobie wendt de oogen af. Ze wenschen elkaar geluk.

— Alles ziet er bleek en in zichzelf gekeerd en lusteloos uit, de volgende dag. „Nou begint het leven weer van voren af aan", denkt Taco. Samen steken ze de verplichte nieuwjaarsbezoeken af, Anne-Cris en hij. Ze gaan van de een naar de ander. Ze zitten ook in de goudbruine salon bij burgemeester Heinz. Er is een terughoudend aardig gesprek. „Oxford, is dat niet iets voor jouw Nieuwe-geluiden-serie, Solwerda?", vraagt Heinz. Hij ziet er wat opgezet uit. Dat hij zoo rood en welvarend is, flatteert mevrouw Heinz. Mevrouw Heinz lijkt daardoor langer en tengerder. Als een koningin schrijdt ze door haar goud-bruine salon. Zoo schreed mevrouw Heinz altijd. Maar al wat ze zegt, is wat afgepast, en leeg. Er is geen woord te veel bij, het is zoo beleefd, het is al te beleefd. Zoo sprak mevrouw Heinz niet altijd. „Is er dan al gekletst?", denkt Taco. „Och", zegt hij tegen Heinz, „over Oxford?, het is best mogelijk. Ja, het kan best." Anne-Cris kijkt glimlachend naar een portret aan de wand, ze kijkt zoo-maar. Er is niets bizonders aan dat portret te zien, ze glimlacht er zoo-maar tegen. „Wat is er toch?", denkt hij, „is er wat?"