is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

loopen, dat is geen vriendin voor jou." Ze kneep in haar neus of ze met moeite een proestlach inhield. En later, toen ze in kennis kwamen met Weigel, waarschuwde hij haar ook: „Met die Weigel Altenstadt zet je meer dan je goeie naam op het spel." En wéér keek ze hem aan, met zoo'n trek van ingehouen pret om haar mond, net of hij wat erg grappigs zei... Hij wou zich met de opvoeding van de jongens bemoeien. Dat wimpelde ze af. „Laat maar", zei ze koeltjes, „voor die opvoeding neem ik zoo af en toe wel 's een uurtje . . „Ze wou dat het mis ging — dat wou ze . . ." Taco bonst zijn hoofd weer tegen dat bruine bedschot aan. Hij hoopt dat Anne-Cris er wakker van wordt. Ze wordt er niet wakker van. Er kraakt iets — het hout achter hem, dan is het weer stil. Hij staart voor zich uit: er schiet hem op eens iets te binnen. Eenmaal heeft Anne-Cris ook zoo gezeten, precies zoo als hij nu. Wat was er toch in die tijd? Wat is er toch geweest? Als ze iets gehoord had over hem en Crijna, dan zou ze dat zoo niet opgenomen hebben. Het had laster kunnen zijn. Een vrouw doet dat niet, een vrouw verwijt . . . En vóór hij iets had met Crijna, was zij al anders. Wat is er dan toch geweest? Ze zat net zoo. En het hout hiér knapte. Hij werd er wakker van, en trok het licht aan. Daar zat ze, haar oogen wijd open, een vertrokken gezicht, klamme wangen, een bijeen getrokken voorhoofd. „Anne-Cris, wat is er?, wat is er?" Ze keek niet eens naar hem om. „Met mij is er niks." „Waarom zit je daar dan zoo, Anne-Cris?" Ze trok haar schouders op. „Zoo maar." Hij zuchtte. „Waarom zegje het me niet?" Ze werd niet eens heftig — ze werd nooit heftig. „Ik mag toch wel overeind in bed zitten, als ik