is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tenminste maar zegt wat er is, Anne-Cris, als je dan tenminste maar praat . . Werktuiglijk kijkt hij weer links en rechts de natte Prinsenstraat in. En dan schrikt hij even. Cobie Savrij slaat de hoek om op het plein. De groote pompon op haar ruitjesmuts wipt heen en weer in de wind, ze draagt schoentjes met gespen en een aardige lichte regenjas. Kort geleden liep ze nog als een recruut. Nu niet meer. Er is iets soepels en vrouwelijks in haar houding en gang gekomen. Ze heeft een soort van bakvischachtige élégance over zich. Achter zijn schrijftafel kijkt Taco nog naar haar. „Zoo was ze min of meer — in het begin, toen ze pas vriendin was met Anne-Cris. Jij mocht haar nooit erg — idioot zooals ze beslag lei op Anne-Cris . . " Hij betast zijn das. „Komt ze nou hierheen?, ze komt hier toch niet? Mag ze van Schifferlein op visite gaan?" Hij doet of hij druk bezig is. Hij hoort haar stappen al in de gang. Ze tikt haast schroomvallig. Hij kijkt om. „Jozefien, ga jij zoo lang naar het knipselarchief." Jozefien gaat onmiddellijk. „Ja!", roept hij. Cobie komt binnen, ze knikt verlegenhartelijk, kijkt vlug om zich heen en blijft bij de deur staan. „Zeg Taco", ze fluistert het bijna. „Kom maar hier", hij doet zoo gemoedelijk mogelijk, „ik bijt niet." Ze komt vlakbij hem. „Alleen dit maar: die Oxfordvergadering voor vrouwen, bij Crijna, die gaat vanavond door, en dat wou ik je even zeggen, dat alleen maar. Misschien hoor je het anders niet of onverwachts ..." Midden in hem breekt met een zwaar gevoel een pijn open. „Zoo?, nou . . ." Hij houdt zich toch nog goed. Het is maar even stil. „Dat moet dan gebeuren, hè?" Hij tuurt de regenstraat in, alles wordt grijzer,