is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mistroostiger, nee, alles wordt ontzettend grijs, ontzettend mistroostig. „Vanavond", denkt hij. Hij moet erg pinken. „Van wie weet jij het?" Ze leunt naar hem toe, op de schrijftafel. „Ik ben ook gevraagd. Maar ik voel er niet zooveel voor, niet zooveel als ik wel 's gezegd heb. Ik wil toch hooren wat ze daar te vertellen hebben." Een tijdlang weet hij niets te zeggen. De stilte tusschen hen is toch niet hinderlijk. „Jij gaat er dus ook heen?", vraagt hij, als ze al weer bij de deur is. „Ja — och, ik weet eigenlijk niet — moet nog 's zien." Ze wacht op een blik van hem. Hij kijkt niet meer naar haar om. „Nou, dank je", mompelt hij. Ze staat daar of ze nog veel meer te vertellen heeft. Het ontgaat hem.

's Middags aan tafel let hij weer voortdurend op Anne-Cris. Haar glimlach is niet meer zoo uitdagendrood. „Neem toch een appel", zegt ze haast moederlijkdringend. Maar over die samenkomst bij Crijna praat ze niet. Taco moet venijnig-hard op zijn tanden bijten. „Dat is de oue methode", denkt hij, „ze houdt me er buiten. Ze heeft me er, na die tijd toen ze zoo mondain en zelfstandig werd, altijd buiten gehouden, buiten haar heele leven." Zoo gauw de maaltijd beëindigd is, wil hij alleen met haar zijn. „Vooruit", zegt hij tegen de jongens, „ga jullie buiten spelen!", hij kijkt ze de deur uit. Zoo gauw ze weg zijn, vestigt hij zijn oogen weer op Anne-Cris. Ze trekt een effen gezicht en speelt argeloos met haar servet-ring. Ze kan toch niet zoo onbevangen doen als gisteren en eergisteren ... Ze ademt wat vlugger, fronst onzeker en kijkt uit de ooghoeken naar hem. „Wat is er?", vraagt ze tegen haar zin. Het eerste het beste dat hem invalt, zegt hij. „Had je dat