is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

glas met allonal al klaar staan, vannacht?" Ze wil niet antwoorden — wendt haar gezicht af. „Anne-Cris", dringt hij aan, „hoe zit dat nou?" Dan knikt ze toch: „Ja." „Waarom?", zet hij door, „jij slaapt toch zeker vast genoeg?" Zonder er naar om te zien, grabbelt ze naar dingen op de tafel, klemt er haar vingers om heen en laat ze weer los. „Taco, wil je me alsjeblieft tijd geven?" Een antwoord verwacht ze niet. Dit is een vraag die geen vraag is. Ze bedoelt: „Ik verkies er voorloopig niet op door te praten." Schijnbaar kalm zet ze de borden ineen, rolt een servet op, belt Catrientje Helmieg. Taco kijkt stil op alles toe. Hij moet nu ook wel opstaan. Hij voelt weer hoe machteloos hij is. „Onderhand gaat het leven zijn oue gang", denkt hij, „en dat wil ik niet, dat verdom ik toch! Maar wat moet ik dan doen? Met mijn vuist op tafel slaan?"

Op weg naar huis 's avonds, gaat hij bij Lorents de bloemist aan. En al de fresia's die Lorents in voorraad heeft, koopt hij hem af. „Anne-Cris' lievelingsbloem van de laatste tijd", bedenkt hij. Hij staat ook een poos bij Mitske de zilversmid voor het raam. Alles blinkt daar zoo onder de lampen. De kleine juweelen fonkelen als dauwdroppels in de zon. „Maar zoo iets niet", denkt hij, „nou niet . . ." Hij koopt een hartje van agaatsteen, een kinderlijk ding. Als hij het eenmaal heeft, bekruipt hem een gevoel van spijt. Hij denkt ineens weer aan die Anne-Cris van nu — er had hem een andere Anne-Cris voor oogen gestaan. Hij kijkt nog 's rond. Er is een klein kruis van malachiet. Voorzichtig neemt hij het in handen. Ilse Look zegt vaag in zijn gedachten: „De kern van het Christelijk geloof." „Dat moet Anne-Cris dan