is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

arm. „Vind je het niet aardig dat ik dat vertel?" Hij doet zijn handen in de zijzakken van zijn jas. „Oh, èrg aardig! Maar ik kan het zoo gauw niet verwerken allemaal. Komt er nog meer?" Hij denkt: „Zij heeft het meeste nieuws van Anne-Cris. En jij hoort het per gratie God's van haar — omdat zij zoo goedertieren is, om het over te brengen." Langzaam en zwaar kruipt de drift in hem op: hij ziet de stilte op Anne-Cris haar gezicht, het ongedeerde en beheerschte er in, en hij voelt zijn machteloosheid. „Ik zit uren lang thuis, in die vervloekte steenen stilte. En ze ziet dat ik wacht — dat ik wacht, en mij vertelt ze niets, niet eens dat Vrijdagmiddag die houseparty begint. Neem toch een appel, zegt ze! Ze zegt: ik heb een hekel aan angst, angst maakt een vod van je . . ." Hij voelt dat hij een koud verwrongen gezicht krijgt en hij beheerscht zich, en luistert al weer . . . Cobie weet nog veel meer nieuwtjes, haastig vertelt ze alles. „Dokter Meeg heeft Crijna weggestuurd. Ze kwam daar al voor de derde keer, en altijd op ongelegen oogenblikken. „Er uit!", zei Meeg toen ineens. En Meeg heeft haar hoedje achter haar aangegooid, dat had ze even afgezet, het lag naast een stoel, ze had het vergeten en net toen Dokter Meeg het naar buiten gooide, liep er een paard voorbij en die trapte er de bol uit. Ja, wat wil je? Meeg is atheïst!, en vreeselijk punctueel ook, een man van de klok en zijn biefstuk brandde aan op de spiritusbrander. En notaris Kerlings ging Wedzieg haast te lijf, in de tuin voor zijn huis. Wedzieg die liep telkens maar aan, die hield vol. En Kerlings die heeft Oxford niet noodig. Kerlings die is zonder iets al gelukkig genoeg met zijn vrouw. Kerlings