is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mend. Hij wil nog antwoorden. Ze gaat al weer weg. „Ik heb nog veel te doen", zegt ze over haar schouder, „al dat werk van — Look ongedaan maken." Ze loopt of ze zich met moeite voortbeweegt. „Je vrouw heb je tenminste al gelukkig gemaakt", hoont Taco, „een mooie reclame voor de Beweging." Hij kijkt naar Look. En er staat een verslagen Look bij hem, een Look die er uitziet of hij mishandeld is. „Ze kan het nog niet aannemen, Ilse, maar dat komt wel!, dat komt. Het is ook moeilijk." En dan zoekt hij toch ook weer met iets aanhankelijks Taco's oogen. „We praten nog wel op een andere keer. Ik kom terug." Taco wijst uitnoodigend naar de deur. En Look knikt. „Ja, ik ga al." Bij de deur kijkt hij om: „Ik ben er altijd — als je me hebben moet." Op de stoep staat hij weer stil, en kijkt de gang in. „Makker", zegt hij nadrukkelijk. Dat bleeke licht van de winterdag valt over hem heen, en omringt hem, en zet zijn tenger gezicht in een glans. Hij heft zijn hand op, bij wijze van groet, en verdwijnt achter de buitendeur.

Taco wil teruggaan naar het kantoor. En dan glipt Cato Meertens naar binnen. „Goed, dat ik je hier aantref", ze ademt snel, ze ziet er gejaagd uit, een zenuw onder haar oog wil maar niet ophouden met trillen, „hier heb je, voor de krant, wat ik klaar had, en nu moet ik van verdere medewerking afzien. Ik ga een tijd weg, ik — we — er is heel wat gebeurd te Yroonshoven. Ik heb moeten deelen gister, ik moest getuigen, en Meertens voelt het als een — een affront, en — enfin, hij en ik, we kunnen niet meer samen blijven wonen. Ik heb nog een en ander te regelen, en in te pakken." Ze steekt hem haar hand toe. „Tot ziens, Solwerda, misschien