is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in mijn zwangerschap, want — ik was ik, nietwaar? Ja, maar ik voelde me ellendig. Ik neuriede, ik zong — ik was kern-gezond: nooit een gevoel van zwakte, nooit duizelig, nooit hoofdpijn. Ja, maar ik had soms dag aan dag hoofdpijn, ik viel herhaaldelijk flauw . . . Mijn Moeder heeft altijd bij alle gelegenheden tegen mijn Vader gezegd: wees toch flink. Zelfs toen hij sterven moest, zei ze: wees zoo flink mogelijk. En ik weet nog hoe mijn Vader naar mijn Moeder keek — tóen . . . En ik heb dat alles nou eerst begrepen. Ik moest ook flink zijn. Flink zijn dat was het hoogste ... Ik was totaal uitgeput na mijn eerste bevalling — dat mocht jij niet merken. En omdat jij het niet zoo merken kon, had je me gezond-lief, begeerde je mij op een gezonde manier. Al gauw was ik weer zwanger. Ik had veel last van allerlei dingen in mijn gestel. Dat zei ik je niet. Ik verstopte alles zooveel mogelijk. De tweede keer — was het een moeilijke bevalling. Ik wou niet dat je het zou weten. Ik wou niet dat dokter Meeg het je zeggen zou. En ik voelde mij nog weken en weken later: öp en kaduuk en ellendig. Maar het was mijn eer te na, om kaduuk en öp en ellendig te zijn. Ik zong maar. „Is er iets?", vroeg je. „Oh nee, wat zou er met mij kunnen zijn, hè?" Taco kijkt schuin naar haar op. „Dat het dat kon wezen", glipt het door hem heen, „heb ik daar ooit aan gedacht?" Maar hij zegt niets. En Anne-Cris gaat verder. „Toen ik door mijn apathie maakte, dat je naar een ander ging, toen werd dat de wrok van mijn leven, Taco, ik had een tegenzin in je begeerte naar mij, maar naar een ander mocht je begeerte niet uitgaan, je begeerte naar die ander haatte ik, o ja, wat hèb ik die begeerte van jou,