is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar die andere gehaat." Taco buigt zich nog meer voorover — hij wordt nog rooier. Maar Anne-Cris let er niet op. „En toen speelde ik die andere rol, de rol van die wufte geraffineerde hartelooze vrouw. Die rol zat me niet in het begin. En die rol is me zoo eigen geworden als mijn lichaam, die rol werd mijn tweede natuur. Ik buitte die rol uit." Anne-Cris strijkt met de rug van haar hand over haar voorhoofd. Ze transpireert en ze wordt witter. „Ga toch zitten", mompelt Taco. En dan gaat ze ook zitten. „Die tweede rol . . ze sluit haar oogen even. En ook haar oogleden zweeten. „Het begon zoo. Ik zag je rozen koopen. Dat was op een avond. Ik stond op de stoep bij Lorents. Ik gluurde naar binnen. Daar was je. Roode fluweelige rozen waren het. Je kocht ze zoo zorgzaam. Het waren er zooveel. Je liefkoosde ze haast, toen je ze in het vloei onder je arm hield. Ik wou eerst op je wachten, daar buiten. Toen bedacht ik dat het aardiger zou wezen, om thuis te zijn als je kwam en je daar op te wachten. Maar je kwam niet. En ik borg die mooie lange vaas die ik klaar gezet had, weer op. Je kwam eerst 's avonds laat — zonder rozen. Er was een geur aan je — je glimlachte in je zelf. En ik zag opeens in de spiegel dat ik flets en vervallen was — onverzorgd ... Er was een pijn, die moest ik er onder vechten. Dat kostte kracht, toen ging het." Taco kijkt weer schuin naar haar op — en langer. „Heb ik dat dan eerder bedacht?", vraagt hij zich af. Zijn handen worden klammer. Met een kleine schuwe afgematte stem praat Anne-Cris door. „Toen kwam Cobie mij iets vertellen. Cobie had je gezien bij Mitske de zilversmid. Daar kocht je iets — een sieraad. Je ging er niet mee naar huis. Ze volgde je.