is toegevoegd aan je favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

register. Vokeltje kwam er mee thuis. Yokeltje had het kunnen opmaken, uit wat je zei." Recht-op zit ze ineens. „O nee, Taco, niet over iets van jou — ik heb alleen over mijzelf gepraat. Ik heb verteld dat ik op alle mogelijke en onmogelijke manieren iemand gemarteld heb en gefolterd: een die toch van mij bleef houden, een die toch bij mij bleef— ondanks alles. Getuigen: dat is niet over iemand anders praten, Taco, maar over je zelf. En je kent Dasselaar toch wel? O, ik zie die man ook anders . . . Maar zooals hij nü is . . . En toen ik opstond in de zaal — ja, hoe is dat toch geweest?, of ik opgetrokken werd — gedreven werd door iets . . . iets om mij heen, ik weet het niet — maar toen besefte ik eigenlijk voor het eerst — voor het eerst ten volle, hoe jij van mij hebt moeten houen, eer het afknapte . . . eer je werkelijk koud kon zijn en werkelijk onverschillig, kort voor ik naar Yroonshoven ging — maar daarvoor — o God, God — het ongeloofelijke — je hield het toch maar uit, al die jaren, bij al dat gekwel ... Je liep niet weg. Je kwam altijd maar weer terug. Je oogen vroegen — vroegen maar altijd weer . . . God — die vragende oogen . . . En je duldde —je droeg het, je verduurde . . ." Ze moet haar vingers in haar mond steken en er op bijten. „En ik — ik — ik . . ." Hij plukt hard aan het dek. „Ben je nou niet erg eenzijdig?", vraagt hij heesch, „ik had toch ook schuld?, denk je, dat ik jóu niet gehaat heb?, ik heb je gloeiend gehaat." Nu drukt ze weer haar vuisten op haar oogen, harde kleine felle vuisten. „Maar je kwam altijd weer naar huis, Taco, in dat huis waar je niets had dan hartzeer . . . En die nacht huilde je, in dit zelfde bed, huilde je om mij -