is toegevoegd aan je favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het kind gezeten? Jij was ook het vadertje wel, jij . . En hij legt zijn andere hand zacht boven op die kleine witte vuistjes van Us, hij legt er zijn hand boven op, of hij ze vangt. Maar Us wil net doen of hij nergens erg in heeft. Per slot is hij toch een jongen. Hij fluit zoo'n beetje en trappelt wat en maakt een kuitenflikker, en klapt zijn hielen beurtelings tegen zijn achterwerk aan: zoo lenig is hij. „Moet je zien — dat kan ik. Kan jij dat ook, Vader?" Maar hij komt meteen dichterbij. Hij leunt tegen Taco's arm aan. „Zeg?" Taco luistert al. „Ja?", zijn zoon Us wil met hem praten, wil gewoon met hem praten, zoo als een jongen met zijn Vader praat. „Ja, Us?" Us leunt vaster tegen hem aan. „Ik ... ik wou je 's vragen: gaan we nooit meer 's met z'n allen naar Grootmoeder toe, Vader?" Taco's adem stokt even. „Naar — Grootmoeder?" Hij kijkt beteuterd. „Ja", Us friemelt aan de revers van zijn jas, draait aan een knoop, „Grootmoeder zou die haar eigen niet erg vervelen?, die heeft niks uit te voeren, wel?, als-maar alleen . . . En — en misschien kan ze helpen." „Helpen?", herhaalt Taco verbluft. „Ja", Us knijpt zijn oogen liever dicht, „helpen dat Moeder... dat ze niet... niet zoo flauw doet en haast niet eet en zoo raar in een hoekie zit. Denkt u ook niet dat Grootmoeder daar wat aan doen kan?" Taco bevoelt zijn boord en zijn das, en krabbelt aan zijn kin. „H'm." Taco weet dat nog zoo niet. „Misschien — ja — maar kunnen we daar zelf niks aan doen, hè?, wij — met ons drieën? Thieu kan toch ook meehelpen?, en — en ik . . .?" Us slaat weer een paar keer met zijn hiel tegen zijn achterste aan. „Ja, zouen we?, ja, dat moesten we dan maar doen.