is toegevoegd aan je favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mag ik 's éven met je vulpen schrijven Vader, een paar woordjes . . .?" Us wil gewoon doen. Us wil vooral erg gewoon doen, en hij glimt tot onder zijn glad-geborstelde haartjes, hij glimt van louter genoegen.

Maar dat mee-helpen is onder de gegeven omstandigheden, toch nog niet zoo eenvoudig.

's Avonds te bed denkt Taco er over na of hij nou wel weer bij Anne-Cris kan slapen. „Dat zou toch een goed begin zijn", zegt hij bij zichzelf, „door alle vieren en vijven een streep trekken ... Niet meer zoo doordenken op alles . . ." Hij maakt al een beweging of hij het dek terug wil slaan, het blijft bij een beweging. „Bijslaap, dat beteekent toch immers heelemaal nog niet dat er dan toenadering is? Je was toch immers altijd het — het eenzaamst . . . het — het verst van haar verwijderd, als je bij haar was, als je zóo bij haar was? Maar — een nachtzoen?, zou je haar dan geen nachtzoen kunnen geven?" Hij denkt er te lang over na. Er zijn toch wel heel veel bezwaren aan zoo'n nachtzoen verbonden. „Een nachtzoen — dat gaat ook niet." Al te luchtig legt hij zijn hand op de hand van Anne-Cris. Anne-Cris haar hand is wel altijd vlakbij tegenwoordig. „Beloof me éen ding", dringt hij wat heesch aan, „dat je geen allonal inneemt." Ér gaat een schok door Anne-Cris' arm heen. Ze aarzelt, eer ze antwoordt. „O nee — goed — ik beloof het." Maar ze hééft geaarzeld. „Doe je het dan ook werkelijk niet?", houdt hij aan. Opnieuw weifelt ze. „Och, hoe zoo?, hoe vraag je dat nou zoo . . . zoo hardnekkig? Is er ... is er wat ... is er iemand werkelijk iets aan gelegen dat . . . dat mijn kostelijk leven gespaard wordt?, afgezien dan van schandaal en burger-