is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stond, alleen als kind en alleen als jonge man — en alleen in mijn huwelijk. En toen zocht ik de verkeerde dingen — om toch maar niet alleen te wezen. Ik zocht het contact met de zonde . . . En ik werd al-verlatener en al-eenzamer. Maar toen kwam ik op een dag in aanraking met een Groepsmensch en die dacht niet: wat een miserabel kereltje is dat, maar die dacht: dat is een mensch met een ziel, en die man heeft me met de Groep in aanraking gebracht en ik kan nou wel zeggen, dat ik tegenwoordig niet meer overgeleverd ben, aan de grootste verschrikking die er is in dit leven: de eenzaamheid, en dat ik daardoor behouden ben." Taco werpt toevallig een blik op Anne-Cris, en hij gaat rechter-op zitten: ze kijkt hèm aan, schuw-strak kijkt ze hem aan en schuw-vragend. En hij denkt: „Nou kijkt ze weer zóo... Wat is dat toch? Wat wil ze dan, als ze zoo kijkt? Wat verwacht ze nou?" Hij voelt het stille-tijd-boekje onder zijn hand. „Moet hij iets opschrijven? Is het dat?" Het onooglijke mijnheertje stapt nu juist van het podium af, en er is iets in zijn houding, in de schichtige manier waarop hij zijn hoofd in zijn schouders trekt, dat Taco aan Dasselaar doet denken. Met een glimlach naar AnneCris schrijft hij in zijn boekje: „Wat heb ik voor Dasselaar gedaan?, hoogstens gegrijnsd als hij wat verkeerds deed!" „Ik walgde van die man", zegt hij bij zichzelf, „en ik zou toch met hem meegegaan zijn, naar de Rostee's — omdat ik zoo alleen was."

De een na de ander komt op het podium en Taco schrijft de eene naam na de andere op, en hij denkt: „Ziet Anne-Cris het, dat ik dit doe . . En hij zegt ook bij zichzelf: „Tsjonge, eer ik dat alles afgewerkt