is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoen als hij vroeger, als H.B.S.-jongen aan zijn meisje gaf. . . Hij verwacht dan toch dat Anne-Cris zijn hoofd op een lieve aanhalige manier tusschen haar handen zal nemen, om hem terug te zoenen, hij hoopt het ook — hij verlangt er eigenlijk wel naar . . . Maar ze doet het niet. Ze zegt: ,,Is dat wel wat — voor enkel maar goeie bekenden?" En dan is het even stil — geweldig stil. Maar wat voor antwoord moet hij daar op geven? Ze draait zich langzaam van hem af. „Wel te rusten, Taco." Een beetje uit het veld geslagen kruipt hij onder het dek. ,,Ik heb vanavond toch werkelijk iets van extase gevoeld. Maar — waar blijft dat zoo gauw bij een mensch? Moeder had soms van die wonderlijke spreekwoorden: op die en die is geen — peil te trekken, zei ze. Nou, dat is toch nog zoo gek niet. Op Anne-Cris is óok geen peil te trekken. Nou zijn we nog altijd bezig om uit vroeger terug te keeren, uit de narigheid die er geweest is. Enfin, je moet het dan nou maar afwachten verder. Met je woorden kun je toch niet overal bij — Taco Solwerda — hoofdredacteur — Oxford-man — en met je gedachten ook niet."

Zoo gauw hij wakker is, de morgen daarop, praat hij over Kurt. „Het tactvolle waarmee die kerel alles aanpakt. Het sterke in hem, die geweldige wil, dat is zoo iets als een uitstraling, een fluïdum." Hij voelt zelf ook wel dat het nog al opgeschroefd klinkt. En dat ergert hem. Maar tegen dat gevoel kan hij niets uitrichten. „En nou op kantoor", denkt hij vaag, „Jozefien was er ook gisteravond, Jozefien met haar lieverd, en Bos en Wirschkul en — die Juffrouw Bos — kistjesvijg met een toque op die vrome ziel heeft me leelijk bespionneerd