is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schichtige blik op Jozefien, die weer terugkomt. Hij vergeet een oogenblik dat Jozefien toch ook bij de openbare getuigenis zit, op de houseparties. Maar Jozefien is al ijverig aan het typen, en Bos is weer gerustgesteld, en praat er op door ... Wat later wil hij er Taco toch ook weer toe overhalen, om zijn voorstel in te willigen: „Maar nou die stille tijd 's ochtends, voor het personeel meneer, denkt u toch ook niet..." Taco maakt een beweging of hij iets wegduwt. „Ik heb al gezegd, wat ik daar van dacht, heeren. Daar praten we nu niet meer over..." Hij haalt zijn horloge uit: een veelbeteekenend gebaar. „Ja meneer", mompelt Wirschkul, hij schuift zijn stoel achteruit. Bos staat al op. „Misschien", mompelt Bos, „naderhand?, als het eerst 's wat bezonken is, meneer?" Taco lacht weer met dat uitbundige grijnsje-van-hem. „Wie weet — wie weet, Bos, waar we mettertijd nog 's toe overgaan, maar ik denk dat hier de eerste tijd alles nog wel blijft zoo als het is — tenminste wat dat betreft."

Onder zijn werk door, denkt hij nog telkens aan dat gesprek terug. „Groote oue jongetjes", denkt hij goedig, „kinderen in de boosheid . . . En die andere jongens?, het heele personeel . . .?, er zijn wel zelfbewuste potentaatjes bij, een typograaf is toch altijd eerder een man met meerderwaardigheidsgevoel, dan met minderwaardigheidsgevoel — maar ik mag ze wel . . . Ik wil ook werkelijk wel wat dichter bij het personeel staan. Maar heb ik dat niet altijd gewild? Alleen, wat is er van terecht gekomen, wat komt er altijd van terecht? Ik wou ook goed voor Moeder zijn, Moeder geregeld bezoeken. Nou . . .! En voor Anne-Cris zou ik altijd