is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in hem, het schrijnende . . . „Ver . . . domd, het Is er altijd, ook als je je amuseert . . . Zoo vreet een worm een appel uit van binnen. Wie zei dat ook van het beursche klokhuis? Het is zoo — het is goed gezegd: een beursch klokhuis . . Hij gaat een oogenblik in de open straatdeur staan, in de zon, in de buitenkou.

En dan komt Ilse Look daar ook juist aan, een booze vastberaden Ilse Look is dat. En haar stem is te scherp en te hoog, haar stem moet wel door de ramen van zijn Bureau heen dringen. Hij loopt met haar op. „Als je gisteravond je man gezien had, in Stritz, dan zou je . . ." Ze laat hem niet uitpraten. „Solwerda, je kunt zeggen wat je wilt", wimpelt ze af, „maar het is onverantwoordelijk dat een man trouwt als hij die ziekte gehad heeft. Het zou immers mogelijk kunnen zijn, dat het kind blind werd?" „Maar je man was immers beter, toen hij met je trouwde?", weerlegt Taco, „en weet je dan niet zijn ontzettende angst — angst voor zijn dochtertje en angst om jou? En hebben we niet allemaal in ons leven dat beruchte uur van onbedachtzaamheid gehad?" „Ik niet", zegt Ilse. En Taco denkt: „Ilse is zoo'n vrouw die achter de dubbele muur van haar angst en haar valsche schaamte, handen wringend alleen zit. Met die kom je niet in éen keer klaar, en niet in honderd keer. Je moet maar blijven aanhouen." De gedachte bevreemdt hem ook weer. „Wil ik dan toch „levens veranderen"?, ik ben dus toch — wat je noemt: een Oxford-man?" Ergens op het Oelerplein laat Ilse hem plotseling in de steek. „Nou gedag en denk daar alsjeblieft om, Solwerda, ik wil het nooit meer over die dingen met je hebben, nooit meer." Wat beteuterd blijft hij achter. De oude