is toegevoegd aan uw favorieten.

Bruggenbouwers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trekt door hem heen. „Fijn dat je het zoo opvat", waardeert hij, „dat vind ik waarachtig buitengewoon.. Met een klein achteloos handgebaartje wijst ze dat af. Maar hij merkt dat nauwelijks. Hij zou haar op een heftige onstuimige manier willen beetpakken. Er is een sterke haast-jongensachtige aandrift in hem: „Nu moet ik haar toch omhelzen." Dan brengt hij zich ook weer te binnen, hoe geïrriteerd ze haar schouder bewoog, daar straks, toen hij er zijn hand op lei, en dat ze niet reageerde op zijn zoen, de vorige nacht. „Nee — geen omhelzing."

Dan valt hem toch ook weer op hoe schriel en versjofeld ze er uitziet. En zijn stemming slaat om. Stug van onrust zegt hij: „Maar waarom wil je nou niet dat Meeg hier komt, Anne-Cris?, waarom zei je daar net zoo koppig: nee?" Ze wendt zich nog wat meer van hem af, en zwijgt even en plukt aan haar jurk en strijkt over haar haar en antwoordt dan maar weifelend. „Ik heb Meeg al geraadpleegd, Taco, al een poos terug." „Buiten mij om?", vorscht hij gegriefd, „mocht ik dat niet weten?" Hij komt nog wat dichter bij haar. „Maar nóu wil ik ook dat je mij er alles — maar dan ook alles van zegt, begrijp je? Anders bel ik hem zelf direct op. Meeg heeft toch wel zoo ten naastebij gezegd wat hij van je dacht . . .?" Ze drukt haar kin op haar borst, en kijkt verlegen bij haar jurk neer. „Och, zoo'n dokter, voor dié is het niet moeilijk . . ." Hij stampvoet haast. „Zeg nou op! Moeilijk?, voor jou — tegen mij? Is dat nou — volkomen eerlijkheid? God nog toe, ik — ik ben toch geen vreemde?" Ze kijkt een beetje eigenaardig. „Nee — een goeie bekende! Maar het heeft niets te maken