is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

levenden verkeerde, was ze vandaag jarig; drie en vijftig. We scheelden tien jaar ruim."

Mensje vindt het best, luistert amper en stopt verder aan haar sajetten onderrok, waarin van het knielend dweilen een gat is gevallen.

„En einde dezer maand zal het zuiver een jaar geleden zijn, de groote ramp over mijn woning," gaat hij plechtig voort. Mensje heft de stopnaald op en denkt na. Ja, dat is alweer een jaar. Wat een ramp. Een lamme vrouw gestikt in den rook, het oude kostershuis opgaande in vlammen. En nooit is het herbouwd geworden, de beboomde tuin ligt nog aan eene zijde open en bloot voor ieder die passeert. „Een jaar temee," zegt ze traag, „ja, dat is zoo."

„M'n rouw zal dan over acht weken verstreken zijn."

„Ja. Maar daar zal jij weinig van merken; je hebt toch alleenig maar zwarte kleer."

„Weinig," zegt de vent. „Wat dat betreft al heel weinig. Alleenig als ik hertrouwen ga, dan .... dan verandert alles."

„Wat verandert dan?"

„Dan ga ik hier weg, Mensje."

„Ga je gauw hertrouwen?"

„Weet ik nog niet. Over deze dingen heb ik nog niet besloten. Ik scheelde tien jaren met m'n vrouw zaliger nagedachtenis, je weet het van me."

„Ja."

„En als ik nou hertrouw en die andere scheelt nog wat jaartjes meer met me en ze is recht van lijf en leden

„Dan neem je me de kerk af, waar? Zeg het maar, zeg het maar ineenze!" gilt Mensje.