is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tweede Tafereel

EEN BEETJE MUZIEK

In Benschop is eens, in de maand van October, een schooljuffrouw razend geworden. Die woonde in bij de oude juffrouw Heycoop, een brave ongetrouwde teut van zestig jaren. En ze had het daar in Benschop best. Ten minste, als ze maar gewild had. Maar er zaten kuren in dat jonge vrommes en vanwege die kuren had ze 't heel niet makkelijk in Benschop.

Toen ze pas in den polder was neergestreken, toen mag een ieder gemeend hebben: die gaat hier wortelen. Want je kon haar hooren kwinkelen en kwetteren, alle uren, als ze maar vrij was. Dat hoorde een ieder graag, want dat vogeltje zong heelemaal niet leelijk. En ze droeg bonte kleer en een grooten fladderhoed van strooi met een zijen lint er los onder aan, maar meestal ging zij in haar blooten kop uit en dan bungelde die dure hoed zoomaar doelloos aan haar arm. Dat nu vonden de opgeschoten jongens van Benschop raar en mooi en ze trokken er achter aan. Maar de schooljuffrouw was daar niet op gesteld naar 't zeggen is; ze begon te schreeuwen om hulp, alsof ze opgevreten wier, nog voor iemand haar aanraakte. Maar waarom gaf ze dan ook eerst zooveel aanleiding, 't Is toch ook nog nooit eer vertoond, dat een vrouwspersoon, die daar niks te maken heeft, doodalleen op een Tiendeweg te kijk gaat liggen, om er een boek te lezen. Kan zoo'n jong weigeformeerd ding ook niet in haar kosthuis boeken lezen? En als een meid plat-uit gaat liggen op een berm,