is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar en van de school gehold, niet omdat het in Benschop zoo eenzaam zou zijn, maar contrarie, omdat de buurt bevolkt is. Bevolkt met alderhande mannen, ook jonge deugnieten, die eens graag achter het meid aan jagen, hetgeen toch naar den aard is. En toen is ze misschien wel gek geworden, dat spreekt niemand tegen; anderen zeggen: maar ze had daar al een scheut van beet toen ze kwam. Dat zag je toch goed aan haar doen en haar laten. Ze heeft eigens door die opzichtigheden in kleedij en manier de jonge gasten wild gemaakt, en toen dat kwaad eenmaal gezaaid was, is ze van haar eigen gekke gesteltenis geschrokken. En daarvan wier ze pas goed gek. Maar heelemaal zuiver kan ze nooit geweest zijn tevoren, want dan was ze niet zoomaar plat achterover op de kaai gaan liggen. Indien ze goed bij zinnen ware geweest, had ze toch verstaan, dat ze aldus doende het katjesspul zelf op gang hielp.

Maar nu is ze weg. Daarmee is ze evenwel nog niet vergeten. Want zooiets beleef je in Benschop nu eenmaal niet om den anderen dag. Een schooljuffrouw, die vlucht midden in de maand, zonder er op te letten, dat ze nu ook haar geld niet bekomt, dat vinden alle menschen vreemd, 't Jong manvolk mag er over napraten op ondeugende manier, ook voor de vrouwen zit er praat aan 't geval. Want de juffrouw, die zoo schielijk vertrok in de koets van Johan Pavoordt, moet toch wel een andere aanleiding gehad hebben dan de eenzaamheid. Of zou haar bangigheid voor de opgeschoten jongens daar alleen maar achter zitten? Niemand gelooft ook dat ten volle.

't Is de moeite waard, oordeelen velen, achteraf toch