is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eender. Duzendmaal mag de wiewouw fluiten; hoor zóó, ja niet heelemaal zoo, maar toch omtrent lijkt het erop .... maar al z'n leven is het weer different."

„De wielewaal? Ja, wat je daar floot leek er wel wat op."

„Wij zeggen hier wiewouw, gele wiewouw. Maar dat is toch hetzelfde, schat ik."

„Bij ons, waar ik vandaan kom, zeggen ze gele wiewouw tegen een oude juffer zonder man."

„Zoo. Waar kom je dan vandaan?"

„Van Gorcum. Ik ben de nieuwe schooljuffrouw van 't Benschopsche dorp."

„En je kent zoo de vogels, hoor ik, waar juffrouw?"

„Natuurlijk, dat leeren wij wel. Ik ben nog maar pas aangesteld, heb het dus kort geleden allemaal geleerd."

„Ik heb het m'n eigen aangeleerd. Die 'k niet heb gekonnen, die heb ik geleerd van oom Habbe; die woont bij ons in en kent alle de vogels."

„Woon je ergens in Benschop of in Blokland?"

Geen van al."

„In IJsselstein soms?"

„Hier woon ik."

„Hier op deze kaai?"

„Maar dan op 't ende. Daar leit een kooi, een eendenkooi en daar wonen we."

„Zeker wel stil hier?"

„Je bent de eenige, die ik vandaag gezien heb, juffrouw."

„Fluit nog eens wat, jongen."

„Hè?"

De Koets — 6