is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Heb je toen nooit geprobeerd, of je dat gevoelen óók uiten kon op je fluit?"

„Ja!" schreeuwt hij woest. „Hoe weet jij dat? Je doet me verschrikken, mensch."

„Ik dacht dat uit me zelf. Hoe heet je eigenlijk?"

„Maarten. Maarten Stam."

„Ik heet Veronica, ze zeggen Vera. Wil je nu wat voor me spelen, Maarten?"

„Nee," zegt hij bevende, „alstamblieft niet. Ik ben zoo ontdaan over wat jij hebt gezeid. Hoe kon je dat weten, hoe is 't onder menschen mogelijk. Je hebt me nog nooit gezien. . . ."

„Ik kon dat toch begrijpen, jongen. Toe, speel wat voor me."

„Nou niet. Ik ga naar den huis. Als je 'n keer weerom wilt kommen, ik ben nou zoo lucht in m'n kop."

„Ben je soms ziek of herstellende? Want je werkt niet op een werkendag."

„Ik ben wat lucht in m'n kop. Maar als je weerom komt .... dan . . . ."

„Dan zal je werkelijk voor me fluiten? Wil ik dan voor je zingen?"

„Ja, zingen. Kom morgen dan maar. Zeg maar zelf wanneer en ik zal er ook zijn."

„Wil ik naar de eendenkooi komen. En om dezen tijd?"

„Nee, hier. Liever hier. Ik fluit nooit waar anderen bij zijn."

„Ben ik dan werkelijk de eerste?"

„Jaat."

„Maar jongen, Maarten heet je toch, ik ben ver-