is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ja ik."

„En als jij 't over deze dingen hebt, Maarten, dan praat je zoo verheven. Al die woorden staan zeker zoo in den Bijbel?"

„Die woorden heb ik in de leering vernomen. Ze zijn me nooit ontschoten. Ik ken ze van buiten, ze zijn mijn troost en vastigheid."

„Daarom fluit jij zeker 't liefst alleen."

„Ja, want wanneer gij bidt, staat er geschreven, ga in uwe binnenkamer. Dus welgezegd, keer U in tot het gebed. De vogels jubelen om hun Schepper, hoeveel te meer de mensch, die weet dat Christus is."

„En zou je niet nog veel dankbaarder zijn, zoo je lang mocht blijven leven?"

„ Wat de Heere doet is welgedaan."

„Met jou is geen redeneeren, Maarten. Je slaat alle eigen verlangens neer, je gelooft alleen maar, dat alles goed is zoo het is. Maar je bent nog zoo jong. En 't leven is zoo mooi, zeker voor jou die zulke diepe gedachten hebt, kon het zoo mooi worden."

„Diepe gedachten? Ik zeg mijn wijsheid niet, ik neem aan wat den mensch geopenbaard is door den Heere. Uit onszelven hebben wij niets."

„Ik bedoel, jij die zoo edel oordeelt en zooveel van God houdt. Waarom maakt God jou nou juist ziek?'

„Daar hebben wij geen vragen naar; ons is de aanvaarding. En nou ga ik weg. Ik ben vandaag zoo moei. Wanneer is jouw vacantie om, Vera?"

„Wil je, dat ik terug kom na de vacantie?"

„Ja. Ik praat graag met je. En ik hoor je graag zingen ook."