is toegevoegd aan je favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zitten, heel behoedzaam om hem niet al te brusk te doen ontwaken, want hij ligt daar zoo vredig, zoo wit en onberoerd als een doode. Als het lijk van een zeer kuisch mensch, die de boosheid door gestrengheid heeft wederstaan. En Vera vat behoedzaam een van Maarten's kille slaphangende handen. Dat toch zoo'n edele jongen, nog wel een mensch zoo doordeesemd van godsvertrouwen, wegteren moet en jong zal sterven gelijk zijn vader jong gestorven is. Schrikkelijk. Waarom vordert de dood het leven niet van een van die ruige viezeriken, die achter alles wat rokken draagt draven en die haar hier in Benschop het leven zoo diep vergallen? Waarom deze kuische jongen met zijn sterke duldersoogen. Zie, deze mooie slanke hand .... de slankheid van een heerenhand. Je ziet die hand de ziekte aan. Bijna zonder het te weten of maar te willen, streelt ze met haar warme vingers die kille jongenshand.

Dit doet hem in geluk ontwaken. Hoeveel uren nog? Nu nog maar veertien luttele uren? Gerechtigheid neen! Daar is Vera, daar zit ze ernstig en verheugd naast hem .... hij wil zich oprichten maar zijn leden slapen, hij wil zich oprukken maar hij beeft zoodanig. En de macht is uit zijn rug en de benauwenis woelt door zijn borst die saamgenepen wordt door den harden hoest. Zijn oogen puilen uit in doodsnood, hij wil schreeuwen. Maar ze ziet toch zijn benauwenis. Ze ziet hoe zijn hals purper wordt en de bloedaren als koorden onder het vel aanzwellen. Ze beurt zijn schokkend hoofd omhoog, heft hem bij zijn dunne schouders hoog.... ach, wat weegt hij licht, ze zou hem wel dragen kunnen. En nu, omdat hij even zoo zit, wijkt die benauwenis weer.