is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

je sterke woord te hooren, weer in je open oogen te kijken. En naar je liefde voor God te luisteren en je vertrouwen op God .... waarom toch heb ik een heel

ander mensch gevonden?"

„Kwel me zoo toch niet Yera," hijgt hij, diep beschaamd. „Nou durf ik het jou ook niet meer te zeggen, hoe ik er mee gevochten heb. Jij kan toch niet aannemen, dat er een macht is sterker dan je eigen macht, die je dat aandoet in de nachten van waken, 't Was hier ook zoo bar, zoo bar eenzaam, Vera. Wil me nog éénmaal gelooven, ik heb me zoomaar niet overgegeven, ik heb zoo zwaar gevochten ermee. M'n handen heb ik opengeklauwd, m'n lippen bloedens gekauwd. En tegen dat je terugkwam, schatte ik ... . het was neergeslagen in me. Zoo dacht ik ... .

„Ik geloof je, Maarten. Maar vergeef me, dat ik daarnet heel leelijk van je dacht. Kom nu Maarten, zegt ze, opzettelijk luchtig doend, „wil je me dan ook in iets gerieven, Maarten? 't Is nu zoo lang geleden, dat ik je wat hoorde fluiten. Toe Maarten fluit wat voor me en dat zal je ook kalmer maken. Dan wordt alles

weer als vanouds tusschen ons."

„Ja," zegt hij, opgetogen om haar vernieuwd vertrouwen. En hij grijpt in zijn binnenzak naar de witte porceleinen fluit met de mooie bloemen versierd. Zijn fluit is gebroken in de worsteling.

Amper zes weken nadien is Vera gevlucht van het geweld, dat die jongen niet meer in zich vermocht te keeren, gevlucht met de koets van Johan Pavoordt uit zoo groote eenzaamheid.