is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Derde Tafereel.

WAT WILT GIJ VAN MIJ?

Een boer met een snor, dat is een lor. En altijd komt dat uit. Wie daaraan mochten twijfelen, gaan maar eens praten met boerenmenschen van het slag gelijk de kinderen de erven Hannes Yermaat zijn, die in het Benschopsche Benedeneind een menschenleven lang gezellig bij elkaar gebleven zijn, ongetrouwd. Vier erven weibedaagd en rijk. Hun erfgrond is niet verkaveld na vaders verscheiden, alleenlijk omdat zij bij elkaar zijn gebleven. Want om er vier gezinnen uit te stichten was daar geen geld genoeg voorhanden. Nu zullen déze vier wel geen erven nalaten en dat is, goed bezien, het eenige nadeel van hun toenmalig besluit: wij gevieren blijven bijeen zonder zorgen.

Aan Gertjan hebben ze niet willen vragen toen vader stierf, of hij ook op de woning wou komen en in aller onbezorgdheid deelen. Want toen was Gert den huis al uit, dwars ingaande tegen vaders zin. Hij hoorde niet bij hun bedachtzaam godvreezend soort, tij was van lossen aard. Toen hij twintig jaar was — denk dat eens — had hij al gevreeën. Nog kwam daarbij, het was gansch en al buiten den stand, want met een rosblonde stoepmeid uit Eiteren, die in Polsbroek diende. Zooiets was nooit eerder vertoond op Landlust, hun vaderhuis. En omdat hij dat jagen achter vrouwvolk van lagen stand niet geree laten wou, heeft vader er met geweld een einde aan gesteld : Gertjan mocht gaan, gaan waarheen hij wou. Maar