is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den huis kwam hij dan niet meer in. De rauwe jongen is zelfs door die vreeselijke bedreiging niet tot bedaren gekomen. Maar hij is, wetende dat vader zijn woord woord was, uit de kerksche buurt weggetrokken, naar Bergambacht, alwaar lochte dominees de gemeente bedierven sedert jaren. Daar is hij te werk gegaan en natuurlijk bij volk van lustig soort. Hij woonde in bij een onbestorven weduwvrouw, bij vrouw Aldenhuizen, die zonder mannehulp, voor een groot gemengd boerenbedrijf had te zorgen, te weten voor een weiboerderij met de kaas in huis en den kennepbouw. Alleenig stond die vrouw er voor, sedert haar eigen vent omtrent dood op zijnen rug lag. Lamgeslagen door een ondeugend veulen en voor altijd lam gebleven.

Men had mogen verwachten, dat zulk een huisgezin na dit duidelijke teeken bekeerd zou zijn tot den Heere, maar dat kwam ganschelijk anders uit. Ze bleven in hun wandel, dus gaande op het breede pad.

Aldaar was Gertjan terecht gekomen, om er een vervanger te zijn voor den lamgeslagen boer. Hij was er nog geen half jaar, of schandelijke geruchten drongen over hem door naar 't ouderhuis. Geruchten, die vader deden verouweren en gebukt gaan. Gertjan, aangestoken door het lochte leven van Bergambacht, kwam sedert hij daar vertoefde in kerk noch kluis meer, leefde als een rauwe grondwerker, hij had op Zondag in Stolkersluis in een café gestaan waar groote meiden bedienen en volk heeft gezien, dat hij als ware hij de boer eigens — trotsch uitreed met het wijf van dien ander. Schande!

Ja, naar Tergouw zijn ze gereden, gezien door ieder