is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

levende hebben ze alles, maar tevens hebben ze niks. 't Is brutaal van mijn gezegd, als je eigens zoo nakend bent als een neet, maar ik zou ondanks al d'r geld en goed en land en vee, nog niet eens met ze willen oversteken."

Den volgenden dag verkocht hij in Utrecht hit en kar. En toen braken voor Gertjan Vermaat zware jaren aan, want hij moest van dan af den boer op met een steekkruiwagen. En hij leerde ook zijn vrouw den handel, het moést wel, al had ze er geen aard naar. Zij ging uit naar Rotterdam en Utrecht, om de spullen die Gertjan opgekocht had, bij den groothandel van de hand te doen. Hij leerde haar, hoe ze altijd het meeste kon besommen. Ze bleven erbij in het leven, al was 't een mager bestaan. Maar de nood van allen dag dreef hem wel door te zetten en vol te houden. En zijn vrouw, hoe zeer ook haar de armoei deed, in die jaren hield ze trouw naast hem stand. In hun arme jaren zijn ze nog het gelukkigst geweest, heeft Gertjan later vaak overdacht.

En toen Gertjan eens met de lekboot van Opperduit naar huis voer, zat in de kajuit een bedrijvig meneertje, dat met hem aan den praat geraakte. En vóór de boot aan 't steiger van Ameide meerde, had Gert zijn besluit al genomen; hij zou probeeren, of hij ook zoo'n agentuur van veeverzekering kon bemachtigen. Want naar wat hij van dien scharrelaar op de boot vernam, stond dat in die jaren in opkomst. En zonder goed alles te vatten, had hij er al betrouwen in. Een paar jaar daarna reed hij weer met een hittekar, maar geen brik ditmaal. Zijn tasch met reclame en tarieven kon hij ook goed laden in een sierlijk Utrechtsch wagentje. Hij had thans zijn