is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik dierf niet, vader."

„Ik verstaan dat," zegt hij zwaar asemend. „Zulksoort zaken hooren bij een moeder thuis. Ik verstaan het heelegaar. Maar jij, Thera, jij hebt niks anders als mijn persoon, zoo is het. Wat gaan die dingen gauw. We keeren om, hurt! Hoe oud ben je nou ook weer,

keind?" .

„Naaste maand veertien. Ga je weer op huis aan,

vader?"

„Nee!"

„Waar rijen we dan op aan?

„Wij gaan naar 't veer van Gelkenes. Wij gaan naar de stad van Schoonhoven. Wij gaan dat vieren, versta jij?! Wat ben jij groot voor je ouwer, .... nog geen

veertien."

„Wat wil je toch, vader?"

„Dat mot onthouwen worden, Thera en daarom vieren we 't. Nou ben jij groote dochter, versta je. Dat is een geluk, een amparte dag. Jij mag koeken eten, hoor je en je krijgt van mijn persoon een mooie

nieuwe jurk, Thera."

„Hoort dat er dan bij?"

„Jaat, zoo schat ik, want het is toch een amparte dag. Nog te meer omdat je 't my wel gezeid hebt. We gaan naar het veer van Gelkenes."

„Vader wat ben jij toch goed."

Hii liet den rus draven wat er draafbaars nog in zat, hii spoog z'n tabakssap felle enden weg en zei geen woord meer. Thera ook, ze zweeg, want ze was nu niet verschrokken meer, alleen maar erg gelukkig, tn vader heeft haar ook nog geholpen bij 't uitstappen, al