is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En toch zou Gertjan er nog wel eens weerom willen komen, zeker nu hij weer zoo onder den rook van zijn oud buurtschap woont. Hij zou al de bekende boerderijen nog eens willen aanzien, al worden ze ook bewoond door volk dat hem niet acht, ja zeker wel haat en uitspuigt. Gertjan zou ook de oude woning nog eens willen betreden, kijken wat er eender gebleven is en wat door den tijd er aan veranderd is geworden. Maar zoolang daar in het zomerhuis neven Landlust twee wonen van de vier, die hem in kommer van de woning hebben gejaagd als ware hij een hond met zweren, laat

hii daar zijn wezen niet meer zien.

Dat gebroers zóó uit elkaar kunnen gaan en dat voor een heel menschenleven. Hij heeft het sedert kort pas aan Thera verteld, Goof was daar ook bij. Hij heeft he nuchter en zonder kwaaiigheid verteld, toch hebben z n kinderen geijsd daarvan. Wat een kwaadaardig geduld, om zóó lang vol te houden in een hard besluit. „Zooa s onze eigen moeder," zegde Goof bitter. Maar Gertjan het hem dat niet zeggen, al kwam zijn jongen ook al op den leeftijd van het oordeelen. „Ik vraag van jou ot je daar je brutale bek over houdt!" schreeuwde hij woest opvliegend. „Die naam wordt hier niet meer vernoemd,

ten goede niet, ten kwade niet. f M

„Ze zit anders ver genoeg weg," smaalde Goof. Maar Gertjan pakte zijn slof in de hand en kwam dreigend

naar z'n eenigen zoon toe. „Is het uit.

Goof gaf het af. 't Was hem de slaag met waard, een moeder die zoomaar weggeloopen is van haar jonge keinderen. En broers en gezusters die een leven lang bokken tegen een van de hunnen, waren hem ook de slaag