is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de muur in de heldere gang van dit veel te heldere huis.

„Ik wil eens met je praten," herhaalt die vrouw zoo droog alsof 't maar heel gewoon is, dat ze zoomaar ineens haar nicht heeft laten halen naar hier en nog wel in een koets. „Kom toch meid, kom toch en zet je." Altijd diezelfde woorden, waaraan Thera in verbijstering niet kan voldoen.

„Maar wat wilt gij van mij?"

„Kom eerst wat op je verhaal. Heit het je dan zoo aangegrepen, Theresia? Ik verstaan dat. Maar wij getweeën zijn vrouwvolk en permentasie onder elkaar. En onder de oogen mot het tóch worden gezien. Ga nou

zitten, nichie." „

„Maar wat is er dan. Zeg 'tme, zeg het me mensch. „Ik ben je moei, Geertemoei hiet ik."

„Maar dat weet ik, zeg het! Is vader wat overkomen.

Zeg het!"

„Ach nog aan toe maar je zijt er nog onschuldig

van? Je heit er gien weet van? Ach nog aan toe. Laan we toch eerst elkaar betrouwen. Kom nou bij me, Theresia. Ik kan bij jou niet kommen, ik heb een beslag gehad in 't Jakobsgebeente, dat heb ik. Maar k wil jou alleenig maar ten goede keind. Kom nou,

zet je en luister."

Thera heeft toen trillende van onbestemden angst een stoel genomen. Ze kon hier niet denken, haar keel zat toegenepen. Want er is wat gebeurd, wat ergs gebeurd, met vader is wat gebeurd. Is vader dood. Hier zit zijn tweelingzuster en die kan uit haar zorg niet meer overeind, maar zij kan praten en zij weet het. Zeg het dan, mensch, smeekt Thera met haar bange oogen.