is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,,'t Is een barre schande voor onze familie," zegt de vrouw terneergeslagen.

„Is vader dood?" kreunt Thera.

„Dat ware, zoo den Heere het beliefde, misschien nog wel beter . . is het behoedzame antwoord. „En je weet het nog niet, hoe is dat mogelijk, keind. M'n broeder Gertjan is vanmorgen weggebrocht naar Rotterdam. Ze zijn 't hier wezen aanzeggen uit IJsselstein. 't Is toch zoo lee. Een zoodanig einde of een ander, dat mocht verwacht worden. Je zuster zal wel doodgaan hoor ik; ze leit slecht."

„Heeft vader. ...?...."

„Jaat. En met zijn bloote handen. Een vader die zijn eigen bloed den hals afnijpt. Ik mot er zoo van ijzen. Zulk een einde of een ander. . . ."

„Wat is er dan gebeurd?! Zeg toch op, zeg me alles! Ik ben toch kalm! Zeg het nou, toe nou!"

„Naar 'k vernomen heb is je zuster bedronken geweest. En toen ze thuis kwam in die schandelijke presentie, moet Gertjan heur hebben aangegrepen en verwurgd. En nou komt ineenze alle kwaaie praat los. 't Zeggen is wijders, hij heit zich toen en eerder ook al — 't is zonde, barre zonde — mag ik je dat wel zeggen keind, je bent eigens nog zoo pril. . . ."

„Mensch! Dat is niet waar!"

„Hij is weggebrocht. En dat is dan toch wel waar; al het andere motten de heeren des Gerechts dan maar uitmaken. Wil je wat drinken, Theresia?"

„Nee. Ik ga heen, ik ga hier weg."

„Zou je eerst niet heelegaar naar me luisteren, keind?"

„Wat wilt gij dan van mij? Zeg op mensch!"

De Koets — 10