is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Zou je niet Geertemoei zeggen?"

„Wat wilt gij van mij?"

„Blijf bij me, Theresia. Blijf in mijn huis, ik zal zooveul as moeder voor je zijn, keind. Jij staat nou alleen en ik staan alleen, we zijn zoogezegd maar twee vrouwen ampart, zoowat alles wat overgebleven is van Hannes Yermaat. Jouw vader, hij heit zijn vader nooit eer aangedaan, maar hij is m'n broer en nog wel m'n

tweelingbroer." ^

Jullie hebben hem niet willen helpen in zijnen nood." „Nee," zegt Geertemoei, „dat hebben we net niet. Maar hadde dat de zonde dan gekeerd? 't Stak bij Gertjan in het beginsel en, een kwaad begin heeft kwaaier in. Geleefd heeft hij, als een heidensche rabauw, toen hebben onze jongens hem niet langer erkend."

„En z'n tweelingszuster ook niet."

„Nee, ikke ook niet."

„En nog niet, nou vader zoo diep gevallen is?"

vraagt ze snikkende.

„Ik kan dat niet. Nou zeker niet. Ik heb hem uit

m'n hart gesneden."

„Maar wat wilt ge dan van mij ?"

„Ik leef hier zoo in onnut."

„Ja, dat is. .

„Ik en de jongens die henen zijn ook en Annemie ook, waartoe hebben we eigenlijk geleefd? Dat is mijn bange vraag Theresia. Ik zit hier alleenig en ik droog weg. M'n heup is al lam, daarmee is het teeken begonnen; ik gaan ook al naar het end. En kom nou bij me, Theresia, jij, een keind van onzen stam en naam, kom