is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dingen moet ze aandachtig de verklaring aanhooren. Er zitten ook zooveel mooie en vernuftige nieuwigheden aan deze kettinglooze fiets. Mijntje buigt zich naast haar vent voorover, kijkt bar-ernstig naar dat matglanzende cardan en de overbrenging die zoo fijn in elkaar past en ze zegt, dat ze het ook mirakels mooi vindt. Maar ze is allang weer aan de groote wasch bezig, als Bert nog in bewondering neergeknield zit. Hij wil nog wat moois aanwijzen, maar nu pas hoort hij aan het stampen, dat Mijntje niet meer bij de fiets staat, maar alweer bezig is aan de wasch. Hij ziet haar niet graag boven die zoetige weeë walmen staan. Dan hangt haar kleer zoo slobberig en plakt haar mooie haar zoo klef. En ze wordt daar zoo warm van, net of ze verarmoeit. Als Mijntje waschdag houdt, heeft hij nooit eens lust het werk in den winkel alleen te laten, om haar zoo maar stoeierig te vatten. En op andere dagen doet hij dat zoo graag. Waarom? Hij weet niet anders dan .... daarom. Maar met zijn werkhanden is dat verboden, vanwege dat ze altijd lichtkleurig en stijfgesteven katoen draagt. En mannen in 't werk hebben altijd vuile klavieren en zeker Bert met z'n fietsen. Maar de vent laat het aanhalen toch niet. Om haar kleer te sparen, vat hij haar dan maar aan met z'n polsen. Maar al doende vergeet hij maar veel te vaak wat mag en wat niet mag. „Ik kon het niet helpen," zegt hij dan als een schoolkind. „Maar Mijntje, jou zien ik nog liever als m'n cardanfiets, 't is nou eenmaal zoo."

En amper weert ze hem af. 't Is wèl lastig, zoo'n vent die altijd vol vet en olie zit, lastig dat hij zoo'n vurigen aard heeft en dwaas, dat hij daar niet mee wachten