is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

klompie vleesch zien, of er iets uit groeien zou, navenant de moeder in postuur. Want dat zou hem zeker en vast gelukkig maken in de toekomst. Hij echter nam er nog niets anders aan waar, dan dat ze schuw leelijk was, z'n eerste dochter. Rimpelig en kwaadaardig. En volgelaaien met geniepig hikkend gekrijsch, dat door muren en vloeren dringt, zoo gering als 't ook moge lijken als je er vlak bij staat. Lachend vertelt hij de kraamvrouw in haar witte als een plank gesteven pon, dat opoe Jansje ook zoo ongenadig veel praatte naar hij heeft vernomen; Mijntje glimlacht en zegt, dat het wel over zal gaan.

Bert moet er in die eerste weken toch vaak aan denken. Nou heb ik een dochter, een dochter ook al. Eerst één jongen. Daarmee wier ik vader. Daar weet je als man zoogezegd niks van. Ineens ben je vader. Je hoopt het een langen tijd te worden, dan wordt je wijf uren aan uren uit elkaar gereept, voor haar is de pijn en eigens sta je d'r maar onnoozel bij. Als 't kind er is ... . dan ben je vader. En je vrouw is om en nabij tien dagen van den vloer. Daarna blijf je vader voor je heele verdere leven en je vrouw is nou moeder. Dat wil zeggen: ze heeft iedere drie uur te zorgen dat het kind gevoed wordt. Vreemd is dat, een vrouw die van haar eigen kracht kracht afgeeft aan het beider kind. En noem dat nou maar onnoozele gedachten onder 't opzetten van een kettingkast — de eerste oliebadkast die hij leverde — maar als zulke gedachten door je hoofd jagen, kan je maar kwalijk volhouden, dat ze er niet zijn. Zoo'n moeder, zie je, die weet heel precies hoe ze moeder werd en dat ze moeder werd. Ze weet dat nog

De Koets — 12