is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en last, hij ziet dat toch dagelijks. Toch, als er maar eentje van piept, springt ze uit het gelid en er bezorgd op af. Als ik een jaar lang en nog langer aan een stuk door, goed en hartelijk voor haar ben en maar wacht en uitkijk op een asemtochtje hartelijkheid weerom, dan neemt ze dat nog niet eens waar.

Zou ze me nog kennen als Bert Manschot de stotterende knecht in Tuil? Zou ze nog weten, hoe tollend gek die knecht toen op haar was. Maar, zou ze dien knecht heden gelooven zoo hij haar vertelde, dat daarin sedert die jaren niets verminderd is bij hem? Neen, dat dat dolle nog is toegenomen?

Want Bert wil het wel weten voor z'n eigen: zooals die mooie stevige vrouw daar boven Rijk staat gebogen en het kereltje z'n haren kamt en z'n bonkertje aantrekt en nog wat afstoft om hem helder en pront naar school te sturen, zoo is ze in zijn oogen nog wèl zoo sierlijk als toen in Tuil. De jaren sparen haar alleen niet, ze maken haar prachtiger, voller, sterker. Haar moederlijkheid straalt zoo heerlijk uit.

Maar Mijntje heeft geen tijd, zeker niet nu haar kleine Geurt zoo akelig doet. Dit jonkie zou ook al naar school moeten, maar juist tegen dien tijd is hij slap geworden, lusteloos, ziek. Pijn in de keel en zwaar slikken. Koorts met felle vlagen. Bert gaat er op den duur ook eens naar kijken en hij vindt een kind, dat heet ligt te hijgen en benauwd zweet. Daarin overlegt hij niet en vraagt niet wat dat kan gaan kosten, maar Bert rijdt naar den dokter, 't Is croup, denkt de dokter, want hij vindt de witte vliezen in het keeltje .... ja, zeker is 't croup. En 's middags komt hij al terug, om een injectie te