is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wapen, het is er voorhanden voor ieder die betalen kan!

Er zit visch in de voorwetering en de beide achterweteringen van deze lange buurten. En als men Johan Pavoordt gelooven wil — en waarom zou hij er om liegen — is er zóóveel visch voorhanden in die weteringen, dat je de scholen lekkere baarzen op sommige tijen met een spaai kan scheppen. „Want ze zwemmen dan twaalfdik boven elkander en rug aan rug," is zoo zijn zeggen. Alles vanwege de groote vruchtbaarheid van het land hieromtrent, die men toch met eigen oogen aanschouwen kan en die in het water tot uitdrukking komt in een weelderigen plantengroei, ,,'t Gevalt," weet Johan, „dat hier een hengelaarsbond neerstrijkt, die ten avond met de gevangen visch geen blijf weet. Een Utrechtsche hengelconfederatie, genaamd Dobbertje Duik heeft daarom eens bij een landbouwer en veehouder, zoogezegd een boer of beter nog hufter, een hooiwagen moeten leenen en die is hoog opgetast met Polsbroeksche visschen stapvoets naar de stad van Uitert gereden, de muziek van Dobbertje Duik in een janpleizier voorop. En als nu de wind maar niet te hoog of te laag is, de maan maar wast of krimpt (al deze zaken naar den smaak van m'n vrinden de hengelaars, die het daar tóch nooit eens over geraken) en 't niet te schraal is in de natuur, tevens niet te zwoelderig en als de haakjes en simmetjes maar van goed makelij zijn, dan moét de ware visscher hier visch vangen of hij hengelen kan of niet." Zulks heeft Johan, overal waar hij verschijnt, maar 't allerliefst op de markten in Utrecht, Gouda en Rotterdam, zoo dukkels verkondigd, dat er in Holland geen hengelaar