is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boeren of boerenzeuns, dat weet ik natuurlijk niet, want of ze al getrouwd zijn, staat niet op hun neus te lezen. Maar ik schat dat niet, want ik ken ze van aanzien, weet ze omtrent te wonen ook. Maar naar namen moet je me niet vragen, want die ken ik toch niet. Die twee hadden het over Marregie Mei, woonachtig in Polsbroek. En toen ik Polsbroek hoorde, zette ik m'n flapooren open, dat versta je. Ik kom hier sedert jaren en jaren, ken hier een schip vol menschen .... dus ik was direct aandachtig. En de een zei: die Marregie Mei uit Polsbroek, dat is nou welgezegd de mooiste dochter uit den wijden omtrek.—"

„Ja?!"

„Ja! En schreeuw niet zoo, Marregie, ik zit pal naast je en ik versta je toch wel. Nou vat je meteen, waarom ik zoo blij was, eindelijk eens aangezicht tot aangezicht met Marregie Mei te staan. Nou, Marregie en die jonge koeiboer had gelijk hoor ik

ook heb nooit mooier kind gezien dan jij bent en ik kom overal. En ik reis zelfs met den spoortrein."

„Hè kerl, met den spoortrein?! Maar wat jij daar zegt en wat de menschen van me zeggen, daar geef ik niks niemandalle om, baas. En wat zee toen die ander?"

„Die ander wou vechten."

„Hè?"

„Vechten."

„Met wien?"

„Met den ander natuurlijk."

„Gruttemenschen, wouen ze vechten om mijn?"

„Ja natuurlijk, maar ik wil óók voor je vechten,