is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m'n maats visschen niet ergens, maar liggen een paar honderd meters van hier te maffen op de kaai."

„Dat dacht jij .... ouwe proever!" brult Arend en werpt zich ineens door het warrige struikgewas.

„Heeremenschen!" schreeuwt het dochtertje en ze pakt haar rijf, alsof ze zich daarmee wou gaan verdedigen. Want daar staan toch echtig nog drie lacherige manmenschen voor haar, die hebben het mooie katjesspel gemeen afgeloerd, de vuilboomen. En die zullen haar nou verraaien ook! Heel de buurt gaat dat weten .... bar en bar.

En de meid die durft de rondte niet te zoenen, folder alderiere!

beginnen de rakkers te zingen.

,,'k Hoor volk komen," zegt Marregie listig.

„Pleuntje, wat ben jij politiek! Laat ze maar komen m'n duifie, dan wordt die rondte nog wat grooter," lacht Christiaan. „En ik lik m'n snorren alvast af... . ik kom bij jou om een zoentje of zeven-acht."

„Laat dat!" zegt Pieter kortaangebonden en hij duwt zijn hengelbroeder uit haar richting, ,,'t Arme kind heeft toch al de stuipen op haar lijf, zie ie dat dan niet?"

„Mooi zoo .... die gunt z'n maat niet eens, wat hij zelf eerst volop genomen heeft. Zeg eens, hoe heet die nieuwe vriendin van jou, Pietertje?"

„Kom, laat haar gaan."

„Dat zei je daarnet al, fijne koek- en banketbakker. Ik ga de flesch halen, da's andere praat!" en Willem Martens baant zich een weg door de takken en keert terug met de gegapte flesch en het glaasje. Zijn maats