is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blijven waar ze zijn, als ze hem alleen maar het schepnet willen toegooien. Maar zelfs om ze dat te vertellen heeft hij geen tijd. En daar staan ze al rond hem, fel geagiteerd om den afloop te zien.

't Bleek een kloeke vijfponder te zijn, toen de moegevochten visch ten einde in het net werd geschept.

„Hadden jullie zelf ook nog beet?" vraagt Christiaan triomfant.

,,'t Hield niet over, Chris. Maar wordt het geen tijd onderhand?"

„Ja, 't wordt tijd," zegt hij, nog trillende van het groote geluk, „want bij Johan wachten ze op ons, je weet het. En we moeten ook aan den trein denken."

Aldus den dag mooi afsluitend met een besten snoek, vangen ze aan de tuigjes op te winden. Ze nemen getrouwelijk eerst nog een dronk, maar nu met de flesch aan den mond want het glaasje is rats zoek. En ze kuieren op den Dam aan. Ze zijn tevreden over dezen middag, volkomen tevreden. Ze hebben pleizier gehad, gelachen, gegekt .... en ze komen toch nog met visch uit den polder. En vóór ze het Lopiksche land verlaten, gaat nog eenmaal de flesch rond, om dezen feestelijken middag nog eens te vieren. Maar het restje bewaren ze. Dat zal wellicht op de thuisreis nog smaken, na het vischdiner dat hun thans wacht, bereid door moeder Kee.

En ze stappen fier Het Wapen binnen, luid getuigend van hun belevenissen, zoodat Johan van tevoren al weet, dat de heeren weer geen kikkers gevangen hebben.

„Johan .... kijk eens .... en dit keer niet uit de