is toegevoegd aan uw favorieten.

De koets

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sier en stierlooper van stiel zijn, een lomperd is hij geenszins. Want hij komt voor de heeren met veel beweging van zijn bok, opent het portier en buigt gelijk voor prinsen. Johan dankt nog eens hartelijk bij 't instappen, voor de gunst, de vrindschap en de recommandatie .... en ze rijden.

„Wij hebben een besten dag gehad," meent Willem Martens, „een dag om je lippen van af te likken."

„En vooral Pieter, die is ook aan liefde niks tekort gekomen. Dat komt dan zeker van z'n nieuw-modische heeteluchtovens, dat hij zoo vurig is."

„En met zooveel succes!"

„Ja . . . ." zegt de bakker, „en dat gunnen jullie me maar half, schat ik."

„Gansch en al, Pieter!" verzekert de voorzitter, „ik gun je zóóveel liefde, tot je er je eigen in verslikt. Want eer heb jij niet genoeg. Maar nu een ander apropos. Wie heeft eigenlijk vandaag de grootste visch gevangen? Ik? Welnee.... Pieter! Want ik schat dat lieve kindje op de kaai toch minimaal op zeventig kilo. De eerste heeft hij weliswaar in de wetering verspeeld, maar de tweede had hij toch maar knap op het droge. Zooeen zou ik mee naar huis nemen, als ik die eenmaal vast op 't droge had, Pieter. Jij bent eigenlijk nog veel te kuisch. Wist je niet, hè? Maar er moet me wat van het hart. Ik heb een groote visch gevischt en ik heb getracteerd .... en 't smaakte toch goed, waar broers .... Maar Pieter probeert er weer onderuit te komen. Die wil wèl bar groote visschen visschen, maar niet tracteeren. Zullen we hem overboord smijten, mannenbroeders?"

De Koets —17